Bij PSV Eindhoven wordt de lat opnieuw hoog gelegd richting komende zomer, maar intern blijft men opvallend nuchter. Algemeen directeur Marcel Brands maakt in Voetbal International duidelijk dat ambitie en realisme hand in hand moeten blijven gaan.
“Uiteindelijk gaat het erom wat spelers per jaar kosten.” Brands rekent scherp door en komt tot een duidelijke conclusie. “Een speler van meer dan twintig miljoen euro heeft zomaar een salaris van twee à drie miljoen euro. Dan kost een speler zeven miljoen euro per jaar, dat kan bij ons niet.”
Daarmee trekt PSV een duidelijke grens. “Vijftien miljoen in vijf jaar afschrijven is drie miljoen per jaar, plus het salaris erbij.” Die aanpak zorgt ervoor dat de club financieel onder controle blijft. “Ons salarisbudget is de afgelopen jaren zeker gestegen, maar heeft wel z’n grenzen.”
Toch is de situatie anders dan enkele jaren geleden. “Wat rust geeft, is dat we niet meer standaard een min hebben.” Volgens Brands is de club financieel gezonder geworden. “Nu scoren we nul of zelfs plus en kunnen we uit onze omzet de kosten betalen.”
Onmogelijke bedragen
De realiteit van de transfermarkt blijft echter hard. “Als je Kodai Sano wil halen, moet je 25 miljoen meebrengen. Kees Smit kost zestig.” Bedragen die volgens PSV niet haalbaar zijn binnen hun model.
Ook extern klinkt die analyse logisch. Transferexpert Mounir Boualin stelt: “Clubs uit Nederland gaan dat echt niet neerleggen.” De kloof met de absolute top groeit, en PSV kiest bewust voor stabiliteit boven risico.